Home Voorzieningen Doventolkuren

Doventolkuren

E-mailadres Afdrukken PDF

Subsidiering doventolkuren

Regeling subsidies AWBZ en ziekenfondswet 2004

Paragraaf 2.7.1 Subsidiëring doventolkuren

Artikel 2.7.1.1

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. een tolk gebarentaal: iemand die in het bezit is van een diploma van een door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen erkende opleiding tot tolk Gebarentaal;
  2. een schrijftolk: een persoon die over een diploma schrijftolk beschikt van het Seminarium van Orthopedagogiek of voor wiens werkzaamheden voor 1 januari 2002 subsidie is verleend als schrijftolk in het kader van deze paragraaf;
  3. een tolk gebarentaal in opleiding: een tolk Gebarentaal in opleiding voor zover deze opereert als stagiair in het kader van de opleiding leraar/tolk Nederlandse Gebarentaal;
  4. communicatie-assistent: een persoon die assisteert bij de communicatie tussen dove en horende mensen;
  5. notitiemaker: een persoon die voor dove mensen schriftelijk vastlegt waarover gesproken wordt;
  6. bemiddelingorganisatie voor doventolkactiviteiten : een rechtspersoon die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is aangewezen om als bemiddelingsorganisatie op te treden in het kader van deze paragraaf;
  7. postcodegebied: het gebied vastgesteld op basis van de eerste drie postcodecijfers;
  8. doofblinde: een persoon die als gevolg van een combinatie van doof- of slechthorendheid en blind- of slechtziendheid zodanig belemmerd is met betrekking tot informatie, communicatie en mobiliteit, dat hij zonder hulpmiddelen ten behoeve van zichzelf of zijn omgeving, mantelzorg, hulp van vrijwilligers of professionele zorg, niet aan het maatschappelijk leven kan deelnemen.

Artikel 2.7.1.2

  1. Zorgkantoren komen in aanmerking voor een projectsubsidie die is bestemd voor het verstrekken van subsidies aan verzekerden in de kosten van doventolkuren in de leefsituatie, door:
    a. tolken gebarentaal;
    b. schrijftolken;
    c. tolken gebarentaal in opleiding;
    d. communicatie-assistenten;
    e. notitiemakers.
  2. Artikel 1.1.3, eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing.

Artikel 2.7.1.3

  1. Subsidie voor doventolkuren wordt verleend onder de voorwaarde dat een verklaring van de huisarts of de behandelend keel- neus- en oorarts wordt overgelegd dat de verzekerde is aangewezen op de diensten van een doventolk bij het voeren van een gesprek in de leefsituatie.
  2. De in het eerste lid vermelde voorwaarde geldt niet indien de verzekerde:
    a. dovenonderwijs volgt of heeft gevolgd;
    b. ingevolge de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten voor doventolkuren in de werk- en onderwijssituatie vergoeding ontvangt; of
    c. op grond van de Ziekenfondswet eerder een vergoeding voor doventolkuren heeft ontvangen.

Artikel 2.7.1.4

  1. Subsidie voor doventolkuren wordt slechts verleend voor het gebruik van de tolk in de leefsituatie en in de regio van het zorgkantoor.
  2. In afwijking van het eerste lid worden ook bestedingen door het zorgkantoor in een andere regio in aanmerking genomen, voorzover het zorgkantoor van die andere regio zich schriftelijk jegens het zorgkantoor verplicht heeft de overgehevelde middelen in het subsidiejaar te besteden overeenkomstig deze paragraaf en nadat daarover overleg heeft plaatsgehad met de bij de hulpverlening in eigen regio betrokken organisaties of personen.

Artikel 2.7.1.5

Het subsidieplafond voor de projectsubsidies bedraagt voor het jaar 2004 € 2.141.052

Artikel 2.7.1.6

  1. De maximale projectsubsidie wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
    waarbij wordt verstaan onder:
    A: het aantal verzekerden in de regio van de subsidieontvanger op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
    B: het aantal verzekerden in de regio's van alle subsidieontvangers tezamen op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.
  2. In afwijking van artikel 1.6.1 gaat de aanvraag niet vergezeld van de begroting en het projectplan.

Artikel 2.7.1.7

  1. Tolkopdrachten worden slechts in aanmerking genomen indien zij minimaal een half uur duren.
  2. In afwijking van artikel 1.3.1, worden per verzekerde maximaal 30 doventolkuren per jaar in aanmerking genomen tegen de volgende tarieven, exclusief eventueel verschuldigde BTW:
    Tolk gebarentaal, schrijftolk Tolk in opleiding, communicatieassistent, notitiemaker
    Uurvergoeding tolk € 31,30 € 29,10 € 9,55
  3. Het College zorgverzekeringen kan een hoger aantal doventolkuren bij het verstrekken van subsidie in aanmerking nemen, voor zover strikte toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
  4. In afwijking van het tweede lid worden voor doofblinden maximaal 168 doventolkuren in aanmerking genomen.
  5. Voor opdrachten langer dan 30 minuten wordt steeds de tijdsduur afgerond in een veelvoud van kwartieren. De subsidie bedraagt per kwartier éénvierde van het uurtarief, genoemd in het tweede lid.
  6. Per tolkopdracht worden de overige kosten overeenkomstig de volgende tabel in aanmerking genomen, exclusief eventueel verschuldigde BTW:
    Tolk gebarentaal, Schrijftolk Tolk in opleiding, communicatieassistent, notitiemaker
    a. vergoeding kosten in verband met reizen per kilometer, tot een maximum van 220 km retour € 0,68 € 0,64 € 0,30
    b. vergoeding per opdracht
    - voor bemiddelingsorganisatie
    - voor zelfstandig werkende tolk
    € 37,85
    € 12,60
    € 37,85
    € 12,60
    € 37,85
    € 12,60
  7. Voor zover strikte handhaving van het in het zesde lid, onder a, genoemde maximum aantal kilometers leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de verzekerde, kan daarvan worden afgeweken.
  8. Voor de berekening van het aantal kilometers wordt uitgegaan van de cijfers van de postcode van de standplaats van de tolk en de cijfers van de postcode van de verblijfplaats van de cliënt. Bij verschillende tolkopdrachten op één dag wordt de som van de verschillende reisafstanden gerekend, indien het uitsluitend opdrachten voor leefuren betreft die binnen één zorgkantoorregio plaatsvinden. Bij overige gecombineerde opdrachten geldt elke opdracht als retouropdracht, met de vertrekplaats als standplaats.
  9. Indien binnen hetzelfde postcodegebied wordt gereisd komen vijf kilometers voor een enkele reis voor vergoeding in aanmerking.
  10. In geval een doventolk meer verzekerden tegelijk bedient, wordt dat bij de subsidiëring aangemerkt als één opdracht. Bij meer tolkopdrachten op één dag komt elke opdracht voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 2.7.1.8

Het zorgkantoor meldt een overheveling van middelen zo spoedig mogelijk bij het College zorgverzekeringen.

Toelichting subsidiering doventolkuren

Paragraaf 2.7.1 Subsidiëring doventolkuren

Per 1 juli 1998 is de Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten in werking getreden. Gevolg was dat per die datum geen toekenningen ingevolge de AAW meer konden plaatshebben voor doventolkuren in de leefsituatie. Vanaf die datum vindt subsidiëring plaats ten laste van het AFBZ. De subsidiëring ten laste van het AFBZ wordt ingaande 2001 op de oude voet voortgezet op grond van de onderhavige regeling. Subsidiëring vond in het verleden altijd plaats door middel van getrapte subsidiëring via de zorgkantoren. Deze praktijk is ook in deze regeling vastgelegd. Het CVZ verstrekt projectsubsidies aan de zorgkantoren. Ten laste van deze projectsubsidies subsidiëren de zorgkantoren vervolgens de verzekerden in hun kosten voor doventolkuren.
Op 15 november 2000 heeft de Staatssecretaris van VWS het CVZ gevraagd een voorstel te doen tot wijziging van de financieringssystematiek voor doventolkuren in de leefsituatie. Gebleken was dat de op dat moment geldende wijze van financiering, waarbij uitsluitend de tolkuren bepalend zijn voor de vergoeding van de doventolk, onvoldoende aansloot bij de gangbare arbeidsverhoudingen.
Op verzoek van de staatssecretaris heeft het CVZ samen met het LISV, dat verantwoordelijk is voor de vergoeding van tolkuren in de werk- en onderwijssituatie, een transparant vergoedingssysteem ontworpen. Het nieuwe systeem neemt, naast het getolkte uur, ook de tolkopdracht als basis van de vergoeding en niet, zoals voorheen, uitsluitend het getolkte uur. Naast een uurvergoeding voor de tolk worden verder kosten in verband met het reizen (zowel reiskosten als kosten in verband met reistijd en wachttijd) en éénmalige kosten samenhangend met de realisatie van de tolkopdracht voor vergoeding in aanmerking genomen.

Artikel 2.7.1.1 is gewijzigd omdat er in verband met de invoering van een nieuwe systematiek voor de vergoeding van doventolkuren per 1 januari 2002 helderheid nodig is over een aantal gehanteerde begrippen.

In artikel 2.7.1.1, onderdelen a tot en met e, is aangegeven wat er wordt verstaan onder een doventolk. Een doventolk kan zijn een tolk Gebarentaal, een schrijftolk, een tolk in opleiding tot tolk Gebarentaal, een communicatieassistent of notitiemaker.
Sinds 1 juli 2001 is het registratiesysteem van tolken gebarentaal operationeel. Tolken gebarentaal die voor vergoeding van getolkte uren in aanmerking willen komen, dienen in de toekomst in het Register Tolken Gebarentaal te zijn ingeschreven. Gezien de recente status van dit Register, geldt 2002 als een overgangsjaar waarin tolken Gebarentaal hun registratie kunnen effectueren. Schrijftolken dienen met goed gevolg de opleiding aan het Seminarium van Orthopedagogiek te hebben doorlopen of als zodanig tot 1 januari 2002 werkzaam te zijn geweest in het kader van deze paragraaf. Het betreft hier een nieuwe discipline, waarvoor pas in 2001 voor het eerst examen kon worden gedaan. Diegenen die vóór die tijd, in de ontwikkelingsfase van deze discipline, als schrijftolk werkzaam waren, behouden in 2002 het recht om een vergoeding voor hun werkzaamheden als schrijftolk te ontvangen. Op termijn geldt ook voor hen, dat een erkend diploma voorwaarde is om voor een vergoeding als schrijftolk in aanmerking te komen.

In artikel 2.7.1.1, onderdeel f, is aangegeven wat onder een bemiddelingsorganisatie wordt verstaan.
In het jaar 2001 werden de organisaties die doventolkuren konden declareren met name genoemd in de onderhavige paragraaf. Het betrof: TCVisiNet bv., Gelderse Roos Veluwe Vallei, de Stichting Stimulans te Utrecht en Wissink Audiotolk. Om te voorkomen dat op elk moment dat zich een nieuwe bemiddelingsorganisatie aandient of bij naamsverandering, wijziging van de onderhavige paragraaf nodig is, is nu gekozen voor het systeem dat een organisatie door de Minister van VWS moet zijn aangewezen om als bemiddelingsorganisatie op te treden in het kader van deze paragraaf (artikel 2.7.1.1, onderdeel a).

De verzekerde moet zijn aangewezen op doventolkuren. In artikel 2.7.1.3 is vastgelegd in welke gevallen een artsenverklaring achterwege kan blijven. In de drie opgesomde situaties is immers geen discussie over de noodzaak voor doventolkuren.
Voor het zorgkantoor zijn de in zijn regio uitgevoerde doventolkuren bepalend. Met een collega zorgkantoor kunnen afspraken worden gemaakt over bestedingen in de regio van dat collega zorgkantoor. Deze al vele jaren gehanteerde subsidieconstructie biedt de mogelijkheid voor zorgkantoren om te voorkomen dat de ene regio met onderuitputting van de subsidiegelden te maken heeft, terwijl een andere regio met een tekort aan middelen kampt.

In artikel 2.7.1.7, eerste tot en met het negende lid, is de nieuwe vergoedingssystematiek opgenomen. Anders dan in de oude systematiek, waar uitsluitend het getolkte uur de basis voor de financiering was, maakt in de nieuwe systematiek de tolkopdracht onderdeel uit van de basis voor de vergoeding. Door de vergoeding te laten bestaan uit een vergoeding voor het tolken zelf en een vergoeding voor de bijkomende kosten, wordt beter dan voorheen aangesloten bij de werkelijk gemaakte kosten.
De tariefstructuur kent de volgende onderdelen: een vergoeding voor getolkte uren, een vergoeding voor kosten die verband houden met het reizen en een éénmalige vergoeding per tolkopdracht.

Artikel 2.7.1.7, eerste lid: als minimale opdrachtduur geldt een half uur. Daarboven wordt de opdracht steeds in hele kwartieren afgerekend.

Artikel 2.7.1.7, tweede lid: de vergoeding voor getolkte uren verschilt naar gelang er getolkt is door een tolk Gebarentaal, een schrijftolk, een tolk in opleiding, een communicatieassistent of notitiemaker. Het tarief is een bedrag per getolkt uur. Voor de tolk in opleiding is het loon gelijk aan het minimum(jeugd)loon.
Het aantal leefuren dat in aanmerking wordt genomen, is verhoogd van 18 naar 30 uur. Dit naar aanleiding van signalen dat het aantal van 18 niet voldoende was voor veel mensen. De eerste resultaten van een onderzoek dat het NIZW in opdracht van het CVZ uitvoert naar de communicatiebehoefte van dove mensen, ondersteunt deze verhoging.
Het uurtarief voor schrijftolken is verhoogd omdat schrijftolken kosten moeten maken voor apparatuur, en deze soms vooraf moeten instellen, wat extra tijd kost. Samenhangend met de verhoging van het uurtarief is ook de vergoeding voor reiskosten iets verhoogd. Gezien het verschil in opleiding tussen een schrijftolk en een tolk gebarentaal, blijft er een verschil in honorering bestaan.
Het uurtarief voor een tolk in opleiding, communicatieassistent en notitiemaker is verhoogd. Uitgegaan wordt van het minimumloon inclusief vakantietoeslag, bij een werkweek van 38 uur en een leeftijd van 23 jaar of ouder, verhoogd met werkgeverslasten.

Artikel 2.7.1.7, zesde lid, onder a: kosten die verband houden met het reizen zijn te onderscheiden in reiskosten en overige kosten. Voor de reiskostenvergoeding is uitgegaan van de rij-kosten die met een auto gemaakt worden; het gaat hierbij om de variabele kosten. De hoogte van de vergoeding is ontleend aan cijfers van de ANWB en de Consumentenbond. Voor de bepaling van de overige reiskosten wordt er van uitgegaan dat de tolk met een gemiddelde snelheid van 60 kilometer per uur reist. De belangrijkste component van de overige reiskosten wordt gevormd door reistijd en wachttijd. Daarom is deze component gerelateerd aan het uurloon. Weliswaar is de samenhang tussen gereisde kilometers en inconveniënte uren bescheiden, maar om de administratieve last van de nieuwe financieringssystematiek te beperken is ervoor gekozen deze uren “terug te rekenen” naar de post overige reiskosten. De reiskosten en overige kosten vormen samen een reisvergoeding per kilometer, onderscheiden naar de soort tolk.
Als maximale reisafstand per tolkopdracht wordt 80 km enkele reis (retour 160 km) voor vergoeding in aanmerking genomen.
Het maximaal in aanmerking te nemen kilometers is verhoogd van 160 naar 220. Uit onderzoek van het CVZ is gebleken dat het aantal opdrachten van meer dan 160 kilometer minimaal is (ongeveer 2,5% van de opdrachten), terwijl in gevallen waarin het voorkomt veel extra administratieve werkzaamheden verricht moeten worden. Bemiddelingsbureaus namen om die reden soms geen opdrachten boven de 160 kilometer retour aan, waarvan de aanvrager de dupe werd.

Artikel 2.7.1.7, zevende lid, bevat een hardheidsclausule. Dit lid geeft het zorgkantoor de mogelijkheid vergoeding voor kilometers daarboven toe te staan in bijzondere gevallen: bijvoorbeeld in geval van een ongunstig gelegen tolklocatie of een noodsituatie wat betreft de gewenste beschikbaarheid van een tolk. Na een jaar zal, op basis van de dan beschikbare gegevens over de afgelegde reisafstanden, bekeken moeten worden of het maximum van de te vergoeding reisafstand aangepast moet worden.

In artikel 2.7.1.7, achtste en negende lid, is bepaald hoe de reisafstand wordt bepaald die voor vergoeding in aanmerking komt.
Besloten is om bij opdrachten binnen het postcodegebied toch een reiskostenvergoeding in aanmerking te nemen. Voor reizen binnen het postcodegebied is gekozen voor een vaste vergoeding van vijf kilometer voor een enkele reis.
In de oude systematiek was de vergoeding voor bemiddelingskosten een component van de uurvergoeding. In de nieuwe systematiek (artikel 2.7.1.7, zesde lid, onder b) wordt er een éénmalige vergoeding per tolkopdracht verstrekt voor een aantal éénmalige inspanningen (contact dove/contact tolk/administratie). In het geval dat een tolk op hetzelfde moment verschillende cliënten bedient, is er sprake van één opdracht. Bij meer opdrachten op één dag wordt per opdracht de eenmalige vergoeding verstrekt.

Laatst aangepast ( vrijdag 02 januari 2009 17:20 )