
Aan de Minister van Jeugd en Gezin
Parnassusplein 5
2511 VX Den Haag
Houten: 28 juni 2010
Kenmerk: 10a40
Betreft: Internaat voor Dove jongeren
Hooggeachte heer Rouvoet,
Kinderen in een rolstoel en kinderen met Down hebben een hoge aaibaarheidsfactor. Ze kunnen daarom rekenen op behulpzaamheid van en acceptatie door andere kinderen in de klas. Deze kinderen slagen erin - tot op zekere hoogte - te integreren en mee te doen met activiteiten in en buiten de klas. Ze slagen erin vriendjes te hebben om mee te spelen en mee te kletsen in de pauzes. Zelfs kinderen met Down slagen daarin.
Dove kinderen daarentegen confronteren de kinderen in hun klas met hun (on)vermogen tot communicatie. De horende kinderen zijn namelijk niet gewend duidelijk en gericht te blijven praten. Ze hebben niet geleerd hun gezichtsexpressie te gebruiken. En last but not least: het is onmogelijk om te allen tijde rustig en in gelijkblijvend tempo te praten, zeker op momenten dat ze opgewonden zijn.
Zelfs na jaren training is spontane en vloeiende communicatie tussen horende en dove kinderen niet mogelijk zolang de horende kinderen geen gebarentaal beheersen. Om dan toch voldoende mee te krijgen van de aangeboden leerstof in de klas, zijn dove kinderen aangewezen op indirecte communicatie. Dat wil zeggen: communicatie via de tolk Nederlandse Gebarentaal. Alle interactie verloopt hierdoor via de tolk. Dove kinderen en jongeren in het regulier onderwijs groeien hierdoor geïsoleerd op tussen horende klasgenoten. Ze krijgen hierdoor niet de gelegenheid leeftijdsadequate sociale codes op te doen.
Zo basaal is de behoefte aan communicatie tussen kinderen dat dove kinderen spontaan uitgesloten worden door horende kinderen. Niet uit kwaadwillendheid, maar puur uit onvermogen.
Elke dag weer lopen dove kinderen en jongeren in het regulier onderwijs tegen deze barrières op. Niet één keer per dag, maar meerdere keren per dag. Wat zou het met u doen, als u elke dag weer de harde realiteit moet ervaren niet mee te kunnen doen aan de groepsinteractie, niet te kunnen kletsen met andere kinderen in de pauzes, niet uitgenodigd te worden voor feestjes omdat het lastig communiceren is met u? En dat van jongsaf aan!
U bent een sterke jongen als u er desondanks in slaagt een positief zelfbeeld te ontwikkelen, een sterk zelfbewustzijn en zelfvertrouwen. Als u er desondanks in slaagt niet depressief te raken en/of andere psychische klachten te ontwikkelen.
Gelooft u werkelijk in het sprookje dat een kind een sociaal-emotioneel stabiel persoon zou kunnen worden in de hiervoor geschetste omstandigheden?
De cijfers weerspreken dit sprookje namelijk: vanaf juni 2009 zijn twee dove jongens overleden door pestgedrag.
• Een van hen (Tano Jansen) is op 16-jarige leeftijd overleden omdat hij is opgesloten in een container door zijn horende “vrienden” die vervolgens vergaten hem weer vrij te laten. Hij bleek regelmatig gepest te zijn.
• De andere jongen, David Isarin - 15 jaar oud - heeft dit voorjaar zelfmoord gepleegd na jaren van pesten door andere kinderen wegens zijn handicaps, waaronder doofheid.
• Dove kinderen hebben vier keer zoveel kans om psychische klachten te ontwikkelen als horende kinderen.
We kunnen dan ook concluderen dat het elke dag weer niet of met grote moeite mee kunnen doen aan groepsinteractie in de klas en in de pauzes bijdraagt aan negatieve gevoelens over jezelf. Deze gevoelens zorgen voor een negatief zelfbeeld en tenslotte een zwakke identiteitsontwikkeling.
Daarom is het van zeer groot belang dat dove kinderen en hun ouders de mogelijkheid blijven houden te kiezen voor het volgen van tweetalig onderwijs aan dove kinderen. En ja, in een aantal gevallen betekent dat: door de week wonen op een internaat dat bij de dovenschool hoort. Want veelal is het voor ouders niet mogelijk werk te vinden in de buurt van die school en vervolgens te verhuizen.
Vergelijk het met schipperskinderen: hun ouders varen door de week voor transport van goederen. Om de kinderen toch de mogelijkheid te geven te leren, brengen ze hun vrije tijd door op een internaat. Een verblijf dat niet valt onder de indicatiestelling AWBZ 2010 maar waarvoor toch 19 miljoen Euro tot 2013 door het ministerie van Jeugd en Gezin is vrijgemaakt. Buiten de AWBZ om dus. Zou het niet mogelijk zijn om voor dove kinderen die op een internaat bij hun school verblijven een zelfde regeling te treffen?
U zult er zeker geen spijt van krijgen als u een analoge regeling kunt treffen!
Juist het VSO Haren met haar internaat staat erom bekend dat ze goed opgeleide en zelfbewuste dove jongeren afleveren aan de maatschappij. De meesten van hen kiezen voor een vervolgopleiding op MBO of HBO-niveau. Het feit dat de kinderen op een internaat zitten zorgt ervoor dat zij nog meer de gelegenheid krijgen zich te ontwikkelen tot wie ze zijn.
De grote vraag is nu: hoe komt het dat juist dove jongeren die op een internaat zitten zich ontwikkelen tot mensen met een sterk zelfbewustzijn? De reden is heel simpel: dit komt doordat zij in hun moedertaal, de Nederlandse Gebarentaal, met elkaar communiceren. Zij kunnen probleemloos sociale codes ontwikkelen die passen bij hun eigen cultuur en bij hun eigen leeftijd. Ik zou niet benadrukken dat dove jongeren sociale codes ontwikkelen die bij hun eigen cultuur passen, we willen juist dat ze, door veel verschillende contacten, ook de sociale codes van de maatschappij leren. Hun eigen cultuur is gelieerd aan de dovencultuur. Een cultuur die onlosmakelijk is verbonden met de Nederlandse gebarentaal. Zoals Ed Anker, voormalig Tweede Kamerlid, ook stelt, zijn streektalen belangrijk voor de eigen identiteit van gemeenschappen. En in Nederland bestaat er een gemeenschap van ruim 30.000 dove mensen. Een gemeenschap, die generaties omvat, waaronder dove jongeren, en die een eigen taal heeft.
Juist in de puberteit vindt identiteitsontwikkeling plaats. In die periode zijn jongeren erg gevoelig voor het ergens bij willen horen. Ze ontdekken wie ze willen zijn, kunnen zijn. Dit is een zeer cruciale, maar ook kwetsbare fase in de sociaal-emotionele ontwikkeling. En dat geldt evenzeer voor de dove jongeren die kiezen voor ‘Haren’. Een aantal van hen hebben ervaring met het regulier onderwijs en werden daar geconfronteerd met eenzaamheid.
Dankzij de goede tolkvoorzieningen voor het onderwijs, slagen steeds meer dove jongeren erin een MBO- of HBO-opleiding af te ronden. Dit komt mede door de sterke basis die ze hebben kunnen ontwikkelen tijdens hun periode op de dovenschool en het internaat.
Juist omdat de dove jongeren in kwestie kiezen voor de combinatie van dovenonderwijs en verblijf op internaat en daarna doorstromen naar het beroepsonderwijs kunnen we deze vorm van onderwijs omschrijven als passend onderwijs. Zeker als blijkt dat er kinderen in Haren komen die een leerachterstand hebben opgedaan in het regulier onderwijs. En zeker als we de definitie aanhouden die staat op www.rijksoverheid.nl: “Passend onderwijs betekent dat elk kind onderwijs krijgt dat het beste bij zijn of haar talenten en beperkingen past. Ook de kinderen met een stoornis, ernstige ziekte of handicap. Zij kunnen extra hulp krijgen op een reguliere school of op een school voor speciaal onderwijs. Om te garanderen dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past, wordt per 1 augustus 2012 de zorgplicht ingevoerd. Scholen en schoolbesturen worden dan verplicht te zorgen voor een passende onderwijsplek en passend onderwijs voor elke leerling.” Volgens de brief aan de Tweede Kamer van 25 januari 2010 is het doel hiervan dat er een passend onderwijsprogramma is voor alle leerlingen zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Als er een onderwijsplek is waar dove jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen is dat wel het tweetalige VSO (niet alleen HAVO, ook VMBO) in Haren met verblijf in het internaat!
Minister Rouvoet, zie het geld dat nodig is voor de bekostiging van het internaat voor dove jongeren in Haren als een investering in:
• de economie
• uw drijfveer: alle kansen voor alle kinderen
• mensen met een sterke identiteit die weten wat ze willen en kunnen
• een biculturele samenleving van horende en dove mensen
• last but not least: goed en passend onderwijs
Hoogachtend,
Namens het bestuur van Dovenschap,
Mw. A.M. van der Garde, voorzitter
per e-mailbericht naar: a.m.
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
en per e-mailbericht aan de Kamerleden Van Miltenburg, Wiegman en Wolbert

