Home Nieuws Extern nieuws Over leven in de horendenschool

Over leven in de horendenschool

Afdrukken PDF

westvlaanderen

Isabelle Smessaert heeft in West-Vlaanderen onderzoek gedaan naar de ervaringen van dove leerlingen op “horendenscholen”.

Steeds meer dove leerlingen gaan naar de ‘horendenschool’. De belangrijkste reden is dat ze in het dovenonderwijs geen diploma’s kunnen krijgen. Naar de ervaringen van die dove leerlingen is nooit onderzoek gedaan, terwijl de verschillen tussen een dovenschool en een horendenschool voor hen erg groot zijn.
De laatste decennia is meer belangstelling gekomen voor de niet-cognitieve kant van de schoolervaringen van kinderen en jongeren. Het is belangrijk dat leerlingen zich prettig voelen op school. De onderwijsinspectie in Vlaanderen beschouwt het welbevinden van leerlingen als indicator voor de kwaliteit van het onderwijs.  De ervaringen van de enkele dove leerlingen op reguliere scholen werden echter niet onderzocht.

Dit kwalitatief onderzoek, waaraan de helft van de dove Westvlaamse leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs deelnam, gebeurde door middel van diepte-interviews. In totaal werden 12 jongeren uitvoerig bevraagd over hun schoolwelbevinden.

Dove leerlingen als peer-group

Uit het onderzoek blijkt dat individueel geïntegreerde dove leerlingen andere dove jongeren, zelfs als zij niet op dezelfde school zitten, eerder als hun peer-group (= soort vrienden) zien dan hun horende klasgenoten. D De mogelijkheid voor dove leerlingen om contact te hebben met andere dove jongeren blijkt dan ook de belangrijkste factor die het welbevinden van deze leerlingen bepaalt.

De tolk

Ook de tolk is een zeer belangrijke invloedsfactor op het welbevinden van dove leerlingen. Niet enkel omdat de tolk de toegankelijkheid verhoogt, maar ook omdat ze de tolk als een gesprekspartner en pleitbezorger voor hen zien. Alle dove leerlingen willen meer dan hun huidig aantal tolkuren (gemiddeld 7 uur per week). Bovendien rapporteerden alle leerlingen dat de huidige maatregelen omtrent de tolkvoorziening (bvb. de dove leerling moet ervoor zorgen dat hij alle tolkuren gebruikt, of de overheid ‘straft’ hen door nog minder tolkuren te voorzien het volgend schooljaar) zo ingrijpend zijn op hun dagelijkse schoolbeleving, dat er veel sprake is van frustratie, woede en schrik.

 

dialoog

 

Barrières

Alle jongeren vertelden over wederzijdse barrières tussen hen en de horende leerlingen en docenten op school. Deze barrières kunnen ingedeeld worden in drie groepen: 1. Barrières in verband met de onbekendheid ten opzichte van elkaar; 2. Communicatiebarrières; 3. Barrières in verband met het ‘anders-zijn’. Bij bijna alle dove leerlingen is de communicatie-barrière tussen de dove leerlingen en de rest van de school zo groot dat er van werkelijke participatie weinig sprake is. Niet in de klas en ook niet in de pauzes. Grofweg kan in de meeste gevallen worden gesproken van een vorm van onderwijs die voor de dove leerlingen ontoegankelijk is, met uitzondering van die lesuren waarbij een tolk kan worden ingezet, en dat is ongeveer een kwart van de schooltijd. Opvallend was dat de enkele respondenten die zeer goede 1-op-1-communicatie op gang kunnen brengen toch vonden dat er een kloof tussen de horenden en hen was, en ze stelden dat ze ondanks de relatief goede communicatie-ervaringen weinig gemeen hebben met horende leerlingen vanwege het anders-zijn.

Mismatch dove leerlingen en horendenschool

Ondanks de negatieve ervaringen van de dove jongeren op vrijwel alle onderzochte deelaspecten van welbevinden, geven de meesten van hen bij een korte directe bevraging naar hun welbevinden aan dat zij een matige tot goede graad van welbevinden hebben. Een verklaring hiervoor blijkt te liggen in de betekenisverlening aan het concept ‘horendenschool’, dat voor hen veel negatieve en voor hen onveranderlijke aspecten, impliceert. Deze onveranderlijke aspecten nemen ze niet mee wanneer hen gevraagd wordt of ze zich goed voelen op de horendenschool. De meesten schatten hun ?eigen situatie in als gunstiger dan die van een aantal van hun dove groepsgenoten, die het op andere reguliere scholen nog moeilijker hebben.  ?De conclusie is dat er sprake is van een ‘mismatch’ tussen de dove leerlingen en de ‘horendenschool’, terwijl er volgens dove leerlingen wel een match bestaat tussen de horendenschool en horende leerlingen.

De ideale school

De mismatch werd bevestigd in de schets van hun ideale school die de dove leerlingen gaven. Daarin komen twee elementen naar voren als cruciaal voor hun welbevinden: verwantschap (andere dove leerlingen) en communicatie (inclusief de toegankelijkheid van het onderwijs). De meesten zien een vorm van dovenonderwijs dan ook als ideaal, bijvoorbeeld door het concentreren van het Vlaamse dovenonderwijs op één plek. Zoals een aantal dove jongeren zelf aangeeft: een horendenschool is een school voor horenden, en is niet ontworpen voor doven.

De vastgestelde zeer lage graad van welbevinden bij dove leerlingen in Vlaamse reguliere middelbare scholen is een aanwijzing dat de onderwijskwaliteit voor deze doelgroep (zeer) laag is.

ICED-congres 2010

Isabelle is uitgenodigd om tijdens het wereldcongres van onderwijzers in het dovenonderwijs te komen vertellen over haar onderzoek.

20041009_erfenisrechten_1Over de onderzoeker

Isabelle Smessaert was vroeger ambulante begeleider in twee dovenscholen in Vlaanderen. en heeft in Nederland twee studies heeft gevolgd: Dovenstudies aan de Hogeschool Utrecht en Onderwijskunde aan de Universiteit van Groningen.
Ook is Isabelle actief voor Fevlado op het terrein van onderwijs aan doven. 
Meer informatie over het onderzoek kunt u vinden op: schoolbeleving.blogspot.com
Als u belangstelling hebt voor het onderzoek en een exemplaar wilt van de digitale versie van haar scriptie kunt u mailen naar: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Ook vragen en opmerkingen over het onderzoek kunt u mailen naar Isabelle.

Laatst aangepast ( woensdag 16 december 2009 16:41 )