
Zeven Nederlandse Dove mensen zijn naar het congres geweest in Stockholm. Het congres was van de Internationale Dovengeschiedenis (Deaf History International). Het congres was van 4 - 8 augustus 2009. Hier kunt u een uitgebreid verslag lezen.
Van vier tot en met acht augustus 2009 was het zevende congres van Deaf History International (DHI) in Stockholm in Zweden. Het thema van het congres was ‘No history, no future.’ Je kunt het vertalen als: ‘Zonder geschiedenis geen toekomst.’ Aan het congres deden 212 dove en horende mensen uit 30 landen mee. Uit Nederland vertrokken zeven deelnemers en zij namen drie tolken mee. Een verslag van een paar van de Nederlandse deelnemers.
Gouden mozaïeksteentjes

Op dinsdag 4 augustus konden de deelnemers zich registreren op de dovenschool Manillaskolan in het oosten van Stockholm. Manilla is in 1809 opgericht en is de oudste dovenschool in Zweden. Het 200-jarige jubileum van deze school gaf het DHI-congres een feestelijk tintje. De gemeente Stockholm nodigde alle DHI-deelnemers uit voor een bezoekje aan de meest deftige balzaal van Stockholm: de City Blue Hall. De zaal is met tienduizenden gouden mozaïeksteentjes versierd. De plaatsvervanger van de burgemeester hield een toespraak voor de DHI-deelnemers.
Internationale contacten in 1873
Op woensdagochtend was een welkomstwoord door Thomas Hedberg, voorzitter van de Zweedse Doven Geschiedenis Vereniging. Dat was in de grote congreszaal van Näringslivets Hus. Daarna verklaarde de DHI-voorzitter, de Amerikaan Douglas Bahl, het zevende DHI-congres voor geopend. De eerste lezing was van Joe Murray uit de Verenigde Staten. Hij vertelde over de behoefte aan en het belang van internationale contacten tussen dove mensen onderling van 1873 tot 1924. Murray maakte duidelijk dat dove mensen al lang graag andere dove mensen uit andere landen ontmoeten.
Eerste dove schrijvers
De Engelsman Peter Jackson vertelde enthousiast over twee dove Engelse broers. Ze heetten John en Framlingham Gawdy . Ze leefden in de periode 1650 tot 1670. Zij konden lezen en schrijven nog voordat de eerste dovenschool was opgericht. Daar was een bewijs voor: een brief die is geschreven door de broers. De brief was ondertekend door de notaris en getuigen. Zij verklaarden dat de brief is geschreven door een doof persoon.
Geloof en dovenonderwijs

Hierna mocht Corrie Tijsseling als eerste Nederlander een lezing geven. Zij vertelde over de invloed van het geloof op de drie klassieke doveninstituten Guyot in Groningen, Instituut voor Doven in Sint-Michielsgestel en Effatha in Voorburg. Het was opvallend hoe Tijsseling verschillen tussen leerlingen van de drie verschillende doveninstituten kon verklaren aan de hand van de geloofsovertuiging van waaruit leerkrachten werkten. Zij vertelde ook dat de doveninstituten in Nederland het reilen en zeilen van oud-leerlingen en dovenverenigingen controleerden wat het geloof betreft.
Misbruik van dove kinderen
Na de lunch was er een schokkende lezing van Susan Plann uit de Verenigde Staten over kindermisbruik in de negentiende eeuw door leerkrachten van de Spaanse Nationale School voor Doven en Blinden. Wij gruwden van de voorbeelden die Plann gaf van fysieke, geestelijke en seksuele mishandeling van dove en blinde kinderen. De 80-jarige Zweed Yerker
Andersson, oud-voorzitter van de Wereld Federatie van Doven, legde daarna uit wat Dovenstudies inhoudt. Volgens hem omvat het domein Dovenstudies onder andere gebarentaal, cultuur, kunst, filosofie, psychologie, historie, onderwijs en sport van de dovengemeenschap.
Rondvaart
Er was gelukkig ook tijd voor ontspanning: woensdagavond genoten wij van een bijna twee uur lang durende rondvaart op de Stockholmse wateren. Een Zweedse dove man vertelde zo nu en dan iets over de bezienswaardigheden langs het water, en wij konden af en toe een gebaartje van hem begrijpen. Ook zonder de uitleg was er voor ons genoeg te zien. Met de Delfin X voerden we langs gigantische cruiseschepen op weg naar Finland of Duitsland, de dovenschool Manilla, de City Hall (met die heerlijke buffet). We zagen een boulevard vol met mensen. Ouderwetse en moderne gebouwen wisselden elkaar af in een prachtig samenspel tussen jong en oud.
Cijfergebaren

Op donderdagochtend was de hoofdlezing van de Noorse man Jon Martin Brauti over Noorse doven die in de periode tussen 1825 en 1950 verhuisden naar de Verenigde Staten. Immigratie van (delen van) dovengemeenschappen was deze hele ochtend de leidraad voor de lezingen. Na de lunch mocht Henk Betten de tweede Nederlandse bijdrage aan DHI leveren. Betten vertelde het verhaal over de geschiedenis van cijfergebaren, die in de Romeinse tijd zijn ontstaan. Op de internaten van doveninstituten overal ter wereld gebruikten leerlingen cijfergebaren. De leerlingen noemden elkaar niet bij de naam, maar bij het leerling-nummer dat zij hadden. Vroeger naaide men dat nummer op de kleren van de leerlingen en het zou best kunnen dat het gebruik van cijfergebaren daardoor is ontstaan.
Dove oprichters
Daarna vertelde de Duitser Jochen Muhs over de dove man Eduard Fürstenberg. Fürstenberg was een van de oprichters van de eerste Dovenvereniging in Duitsland. Hij organiseerde ook het eerste Dovencongres in Duitsland. Wat deze man deed leek veel op wat Abbé Charles-Michel de l’Épée voor de dove mensen in Frankrijk heeft gedaan. Een andere belangrijke dove man was Carl Becker, die het eerste Scandinavische Dovencongres in 1907 op poten zette. Becker was 32 jaar lang voorzitter van de Deense Døveforeningen. De enthousiast en grappige manier waarop Jörgen Nielsen over Becker vertelde, was een lust voor het oog. De donderdagavond werd ontspannend in het Riksteatern afgesloten met een grappige theatershow van de Zweedse doventheatergroep Tyst Teater.
Dovenmuseum
Vrijdag was de laatste dag met lezingen. De hoofdlezing was van de Brit John Hay. Hij vertelde over zijn zoektocht naar het ideale Dovenmuseum. Hay stelde zichzelf en het publiek de vraag: ‘Hoe kun je een dovenmuseum opzetten?’ Om antwoord te vinden op die vraag bezocht Hay verschillende dovenmusea, bibliotheken en archieven in Europa en Amerika in de herfst van 2006. Om zijn onderzoek te realiseren kreeg hij subsidie van het Churchill Traveling Fellowship. Hay bezocht ook Nederland. Zo was hij in Amsterdam bij Amsterdam Doven Historie. Hij bezocht ook de prachtige bibliotheek van WEZODO te Zoetermeer. Verder bezocht hij het clubhuis van Doven in Groningen en de eeuwenoude Charles Guyot-bibliotheek te Haren.
Niets weggooien!
Na Hay zagen we lezingen waarin de sprekers vertelden hoe je het beste gevonden materialen kunt catalogiseren, archiveren en preserveren. Allen benadrukten zij het grote belang van het goed bewaren van materialen zoals tijdschriften, boeken, brieven, floppies, cd’s en dvd’s. Zij verzochten alle deelnemers om vooral niets weg te gooien, maar het op te sturen naar bibliotheken of archivarissen.
Nieuw DHI-bestuur
Vrijdagmiddag na de laatste koffiepauze werd de Algemene Ledenvergadering van DHI gehouden. De Nederlandse Annemieke van Kampen trad af als bestuurslid. Corrie Tijsseling volgde Van Kampen op. Daarmee bleef Nederlands invloed in het bestuur van DHI. Ook andere bestuursleden werden gekozen, en de nieuwe vice-voorzitter van DHI werd de Brit Peter Jackson. Verder werd er gesproken over voorgaande DHI-congressen en die volgende congressen. Het volgende DHI-congres is in juli 2012 in Toronto in Canada. Drie jaar later is het weer dichter bij huis: Edinburgh in Schotland.
Dove gids

Vrijdagavond werden de deelnemers rondgeleid in het oude centrum van Stockholm. Een van de gidsen, de Zweed Jonas, was zelfs een gediplomeerd gids. Hij had een tweejarige opleiding tot gids gevolgd, en verdient zijn brood als toeristengids van dove mensen. De rondleiding bracht ons langs nauwe straatjes, kleine pleintjes, imposante gebouwen en het paleis van de Zweedse koning. Zo konden we een completer beeld krijgen van de mooie stad die Stockholm is. De rondleiding beviel ons zo goed, dat wij ons afvroegen waarom er geen gediplomeerde dove stadsgidsen in Nederland zijn.
Begraafplaats

Het DHI-congres was dan wel afgelopen, maar op zaterdag had de Zweedse Doven Geschiedenis Vereniging nog twee activiteiten voor ons. Zaterdagmorgen kregen wij een rondleiding door de noordelijke begraafplaats van Stockholm. Op deze begraafplaats liggen beroemdheden als Alfred Nobel, maar ook mensen die een belangrijk waren voor de Zweedse dovengeschiedenis. Zo bezochten wij het graf van Per Aron Borg, de oprichter van de eerste Zweedse dovenschool Manillaskolan. Er was ook het graf van Maria Forsell, voorzitster van de eerste Doven Vrouwen Vereniging in Zweden. Dat is opgericht in 1896. En zo zagen wij nog vijftien graven van belangrijke personen uit de Zweedse dovengeschiedenis.
Diner in Vasa-museum
De DHI-week werd op zaterdagavond afgesloten met een gala in het Vasa-museum. Vasa was een van de grootste schepen van de Zweedse vloot uit de zeventiende eeuw. Het schip van 52 meter hoog en 69 meter lang had maar liefst 64 kanonnen aan boord. Dat blijkbaar een paar loodzware kanonnen te veel want bij de tewaterlating in 1628 zonk het schip al na enkele honderden meters in de woelige wateren van Stockholm. Dat het Vasa-schip is gebouwd onder leiding van een Hollander genaamd Henrik Hybertsson was geen garantie blijkbaar, Tegenwoordig is de Vasa te bezichtigen in het best bezochte museum van heel Zweden: Vasamuseet. En het was in dat populaire museum dat 80 DHI-deelnemers mochten genieten van een heerlijk Zweeds diner, met onder andere kreeft en hertenvlees. Het was de eerste keer dat dove mensen in het museum dineerden. Daarmee werd het zevende DHI-congres in Stockholm in Zweden afgesloten op een manier dat het verdiende: waardig.
Fondsen bedankt!
De Nederlandse deelnemers Henk en Hetty Betten, Wouter Bolier, Annemieke van Brandenburg, Deanna van Hall, Annemieke van Kampen en Corrie Tijsseling willen bij deze het Bungenbergfonds, Dovenschap, Koninklijke Effatha Guyot Viataal Groep, Stichting Plotsdoven, Stichting Welzijn Doven Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam bedanken voor de financiële bijdragen die het mogelijk hebben gemaakt dat wij konden deelnemen aan het DHI-congres. Deze geldverstrekkers waren (ook) bereid om de reis- en verblijfkosten van tolken te vergoeden, aangezien UWV en zorgkantoor Menzis dergelijke kosten van tolken in het buitenland niet meer vergoeden. Ook bedanken wij de Nederlandse gebarentolken Onno Crasborn, Maya de Wit en Lianne van Dijken voor hun inzet.
Geschreven door: Henk Betten en Wouter Bolier


