Op donderdag 17 juni werd er aan de bezoekers van het dovenclubhuis “Swedoro” te Rotterdam een lezing gehouden door Benny Elferink. De lezing ging over tolkvoorzieningen.
Er waren ongeveer 20 mensen aanwezig. Ondanks de lage opkomst was het door de inzet van de bezoekers toch een dynamisch verbaal geheel. De lezing werd regelmatig door enkele bezoekers onderbroken met vragen en/of discussiepunten voor Dovenschap.
De bedoeling van de lezing was, dat de dove en slechthorende bezoekers bewust werden gemaakt van de tolkvoorzieningen en dat zij werden geïnformeerd over wat Dovenschap op het gebied van tolkvoorzieningen doet.
Aan het eind van de lezing werd er aan de hand van twee stellingen gediscussieerd. De eerste stelling was: ‘Zonder tolkvoorzieningen zijn dove mensen gelijkwaardig als horende mensen’. De tweede stelling was: ‘Voor de gesprekken met dokters in het ziekenhuis moet er altijd een tolk aanwezig zijn’.
Dovenschap maakt zich zorgen over het feit dat 25% van de mensen met een machtiging voor tolkuren helemaal geen gebruik maakt van een tolk.
Het gaat hier om 1700 dove- en slechthorende mensen die dus geen gebruik maken van een tolk terwijl zij de toekenning voor tolkvoorzieningen wel hebben. Ruim 4000 dove/slechthorende mensen bezit van een toekenning voor tolkvoorzieningen. Deze informatie heeft Dovenschap rechtstreeks gekregen van zorgkantoor Menzis.
![]() |
![]() |
![]() |
Er zijn enkele punten vanuit het publiek naar voren gekomen: De oorzaken van het feit dat mensen geen gebruik (meer) maken van de tolkvoorzieningen kunnen zijn:
- Dove/slechthorende mensen weten niet hoe zij een tolk moeten aanvragen.
- Ouders of hulpverleners van dove en/of slechthorende kinderen hebben voor deze kinderen een toekenning geregeld. Deze kinderen zijn inmiddels groot geworden en maken geen gebruik meer van de tolkvoorzieningen.
- Er zijn vermoedelijk weinig dove/slechthorende mensen, die weten hoe zij met een tolk moeten omgaan.
Eén bezoeker heeft geopperd dat hij graag ziet dat een tolk gebruik maakt van Gebarentaal in de Voorburgse variant. De tolk kent de Voorburgse Gebarentaal nieten de bezoeker kan de gestandaardiseerde gebaren niet volgen. Tevens zei hij, dat hij het vingerspellen niet kan volgen. Hierdoor kan de bezoeker niet goed geïnformeerd worden en kan hij niet goed zaken bespreken met de tolk.
- Veel dove/slechthorende mensen willen geen tolk inschakelen voor een kort gesprek, bijvoorbeeld met de huisarts, de tandarts, de hypotheekadviseur e.d.
- Sommige tolken kunnen niet goed stemtolken. Klanten kunnen nauwelijks controleren of de tolk het goed heeft vertaald of niet.
Eén bezoekster vertelde dat zij voor een eindopdracht van haar opleiding een presentatie moest houden. De presentatie werd gefilmd. Later werd de film aan iemand getoond. Deze persoon vertelde, dat de tolk niet goed vertaald bleek te hebben wat zij tijdens de presentatie gebaarde. Tijdens de presentatie had zij niet gemerkt, dat wat zij gebaarde niet goed werd vertaald.
- Er zijn dove/slechthorende mensen, die niet weten dat zij dertig uren niet naar een volgend jaar kunnen meenemen. De dertig tolkuren dienen binnen één jaar te worden gebruikt. Zij kunnen altijd nieuwe tolkuren aanvragen bij Menzis wanneer zij alle tolkuren op hebben gebruikt.
- Er zijn erg weinig dove/slechthorende mensen die een tolk inzetten bij een verjaardagsfeest waarbij alleen horende mensen aanwezig zijn. Waarom doen dove/slechthorende mensen dit niet?
Uit deze boven genoemde punten kunnen er twee conclusiepunten worden genoemd:
- Er moet een cursus komen voor dove/slechthorende mensen over hoe zij met een tolk kunnen/moeten omgaan; met aandacht voor het optimaliseren van de samenwerking tussen hen en de tolk, onder andere overleggen welke communicatievorm er wordt gehanteerd, waar de tolk rekening met hun mee moet houden, opletten of het formulier van de tolk juist is ingevuld (klopt de werkelijk getolkte tijd, klopt de informatie over de persoonlijke gegevens? e.d.)
- Tolken op afstand moet onder de aandacht worden gebracht. Een suggestie daarvoor is het aanschaffen van een mobiele telefoon die je kunt gebruiken om met een gesprekspartner te kunnen gebaren of een gesprek getolkt te krijgen. Nederland is samen met België het enig land van heel Europa waar er nauwelijks dergelijke telefoons worden gebruikt. Dove/slechthorende mensen in andere landen hebben al een mobiele telefoon met beeld. Die telefoon kan in Nederland in plaats van Teleplus worden toegepast.
Het was een succesvolle lezing.




