Home Dovenschap Geschiedenis

Geschiedenis

E-mail Print PDF

Dovenorganisaties zijn er al heel lang. De oudste dovenvereniging in Nederland is ´Guyot´ in Amsterdam, opgericht in 1884. In 1926 werd de Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond (KNDSB) opgericht. De Nederlandse Bond van Dovenverenigingen (NBDV) startte in 1931. De Nederlandse Christelijke Bond van Doven (NCBD) ontstond in 1940.


Deze organisaties waren voornamelijk gericht op ontspanning en recreatie. Aan belangenbehartiging werd nauwelijks gedaan. Samenwerking was er niet. De organisaties waren erg naar binnen gericht. Johan Wesemann had het in zijn gelijknamige scriptie uit 1980 dan ook over ´het eilandenrijk van de doven´. Deze verdeeldheid had te maken met de verzuiling.

Oprichting Dovenraad

In 1955 werd de Dovenraad opgericht. Slechts drie organisaties waren hierbij betrokken: de KNDSB, de NBDV en de Stichting Dovenzorg. Deze laatste stichting was in 1951 opgericht en hield zich bezig met het vormingswerk en het volkshogeschoolwerk voor doven.


Het keerpunt kwam in 1975. Tijdens de jubileumviering van het Nationaal Revalidatiefonds staken enkele leidende figuren uit de dovenwereld de koppen bij elkaar. Er moest een sterke landelijke organisatie voor doven komen. Een jaar later sloot de NCBD - een hele grote vereniging in de dovenwereld - zich aan bij de Dovenraad en in 1977 werd eindelijk de stichtingsakte van de Dovenraad gepasseerd bij de notaris. Deze mijlpaal mag gezien worden als een bekroning op de jarenlange werkzaamheden van met name Janny Landman.

Belangenbehartiging in commissies

Met groot enthousiasme stortte de Dovenraad zich op haar taak: het behartigen van de belangen van prelinguaal doven (= doofgeboren of doofgeworden voor het derde levensjaar). In het bestuur zaten twee mannen die nu nog een belangrijke rol spelen in de Dovenwereld: Johan Wesemann en Jan Bloemkolk. Samen vormden zij ´het Gouden Koppel´.


Voor de belangrijkste aandachtsgebieden had de Dovenraad aparte commissies in het leven geroepen. De telecommunicatie-commissie hield zich vooral bezig met ondertiteling van televisieprogramma´s (het teletekst-systeem werd in 1980 in Nederland geïntroduceerd) en met teksttelefonie (pas in 1984 kwamen de eerste teksttelefoons op de Nederlandse markt).


Voor de voorlichtings-commissie viel er genoeg te doen want er was bijna geen voorlichtingsmateriaal over doofzijn. Een groot succesnummer van deze commissie was de uitgave ´Niet luid maar duidelijk´, met praktische tips over het omgaan met dove mensen.
Voor de tolken-commissie was er ook genoeg werk. In die tijd - rond 1980 - bestond er nog geen opleiding voor ´doventolken´ (zoals ze toen nog genoemd werden). Er waren geen professionele tolken en als er wel getolkt werd, dan deden ze dat gratis.

Dovenraad krijgt subsidie

De Dovenraad had in het begin de wind mee. Uit Amerika was de Totale Communicatie-filosofie (TC) overgewaaid. Tot die tijd was Nederland een streng oralistisch land. Gebaren waren taboe, die zouden de integratie van dove mensen belemmeren. De TC-filosofie hield in dat álle middelen om tot communicatie met dove kinderen te komen toegestaan waren, áls er maar gecommuniceerd werd.

Ook de technologische ontwikkelingen waren in het voordeel van de Dovenraad. In 1979 presenteerde de Dovenraad zichzelf op haar eerste congres dat als motto had: ´Plaats maken voor de dove medeburger´. In het Nederland van de jaren ‘80 was het heel bijzonder dat doven zélf zo´n congres organiseerden. De overheid beloonde dat dan ook. De staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk kreeg een hartelijk applaus toen hij op dat congres meedeelde dat hij de Dovenraad voortaan met fl 50.000,- per jaar zou subsidiëren.

Ontstaan Welzijnsstichtingen

Goed voorbeeld doet goed volgen. In de Dovenraad werkten dovenorganisaties op landelijk niveau met elkaar samen. In steeds meer steden en provincies ontstonden Welzijnsstichtingen voor doven: samenwerkingsverbanden van plaatselijke dovenorganisaties. Ze schoten als paddestoelen uit de grond. Vaak hadden ze de beschikking over een eigen gebouw.

Hervorming Dovenraad

De landelijke organisaties daarentegen zagen hun aanhang afkalven. Mensen werden niet langer meer lid van een dovenclub omdat dat bij hun geloof of afkomst paste, maar omdat die club toevallig in hun woonplaats gevestigd was. De Welzijnsstichtingen gaven een meer representatief beeld van de achterban dan de landelijke dovenorganisaties. Vandaar dat de Dovenraad haar organisatiestructuur wijzigde. De Dovenraad werd vanaf 1990 niet meer gevormd door enkele landelijke organisaties maar door de stedelijke of provinciale Welzijnsstichtingen van doven. Twee keer per jaar konden zij hun stem laten horen op de Algemene Vergadering.


De Dovenraad was tot 1992 het kloppend hart van doof Nederland. Aan ideeën, wensen en eisen geen gebrek. De achterstand van doven was enorm. Vanaf 1980 werd de Dovenraad door de overheid gesubsidieerd en kwamen er betaalde medewerkers in dienst. Toch bleef de Dovenraad een echte vrijwilligersorganisatie en werd het beleid vooral bepaald door het bestuur (dat uit doven bestond).

Oprichting Madido

Een belangrijke ontwikkeling was de oprichting van de stichting Madido (Maatschappelijke Dienstverlening aan Doven). In de jaren 80 kreeg de Dovenraad subsidie voor een experiment met betaalde doventolken. De Dovenraad zette een bemiddelingsbureautje op. In 1988 kregen doven recht op een tolk: 18 uur per jaar in de leefsfeer, maximaal 10% van de werktijd op het werk en zoveel als nodig in het onderwijs.


De Dovenraad vond dat dienstverlening en belangenbehartiging gescheiden moesten worden en richtte daarom de Stichting Madido op. De Dovenraad vocht er in dezelfde tijd voor dat de specifieke diensten voor maatschappelijk werk losgekoppeld werden van de doveninstituten. Met succes. In de jaren 90 ontwikkelde Madido zich tot een grote organisatie met drie poten: het maatschappelijk werk, de tolkenbemiddelingsdienst (die inmiddels van de Dovenraad was overgenomen) en het Vormingswerk voor Doven.

Ontbinding Dovenraad

Al die tijd moest de Dovenraad het doen met een kleine financiële bijdrage van de overheid. Het werk nam enorm toe, maar de subsidie bleef achter. In 1992 belandde de Dovenraad in een crisissituatie. Organisatorisch en financieel was het een chaos geworden. Het bestuur stapte op en de overheid draaide de subsidiekraan dicht.

Oprichting NEDO

In 1995 werd voorzichtig een begin gemaakt met de start van een nieuwe organisatie: de NEDO, de Nederlandse Dovenorganisatie. De overheid wilde deze organisatie alleen subsidiëren als het onder de paraplu van de Gehandicaptenraad stond. De NEDO had het zwaar. Dovenorganisaties, dienstverleners, overheid: iedereen had een katerig gevoel overgehouden aan het abrupte einde van de Dovenraad.


De Welzijnsstichtingen van doven hadden een eigen organisatie opgericht (Feweldoned), nadat de Dovenraad opgeheven werd. Het bestuur van NEDO werd achtervolgd door tegenslagen, zoals enkele sterfgevallen. En dat terwijl er al zo weinig geschikte bestuursleden te vinden waren. Desondanks lukte het om het vertrouwen van de overheid te krijgen.

Oprichting Dovenschap

In 1999 werd de NEDO omgevormd tot de stichting Dovenschap, een zelfstandige organisatie van en voor doven. Eind 2001 volgde een fusie met Feweldoned en ontstond de huidige vereniging Dovenschap nieuwe stijl. De officiële datum op de nieuwe statuten is 11 maart 2002.


De afgelopen jaren was Dovenschap een vereniging waar alleen organisaties zich bij konden aansluiten. In de loop van 2007 kwam hierin verandering. Dovenschap is nu een organisatie, waarvan iedereen individueel lid en donateur kan worden.

Laatst aangepast ( dinsdag, 10 maart 2009 10:27 )